Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 55:

Burgervoorstel

Onderdeel van Reglement van orde gemeenteraad Maastricht 2017

Een burgervoorstel bevat concrete en uitvoerbare beslispunten in het format van een raadsvoorstel. Een burgervoorstel bevat: een nauwkeurige omschrijving van het voorstel een toelichting op het voorstel de achternaam, de voornamen, het (contact)adres en de handtekening van de verzoeker een lijst met de voornamen, achternamen, adressen en handtekeningen van de voorstelgerechtigden die het voorstel steunen. De inwoner kan via de griffie een verzoek doen tot ambtelijke ondersteuning in de voorbereiding van het burgervoorstel. De griffie stuurt dit verzoek door naar de gemeentesecretaris. Het verzoek tot plaatsing van een burgervoorstel op de agenda van de vergadering van de raad wordt schriftelijk dan wel digitaal ingediend bij de voorzitter van de raad. Vervolgens doorloopt een burgervoorstel de volgende procedure: In samenwerking met de griffie wordt een schriftelijk verzoek geformuleerd aan het presidium, dat bij de eerstvolgende presidiumvergadering wordt behandeld. Het presidium toetst het verzoek op basis van dit reglement van orde. Indien aan de vereisten van een burgervoorstel wordt voldaan brengt de voorzitter van de raad het voorstel zo spoedig mogelijk ter kennis van de raad en het college. Het college kan binnen veertien dagen nadat het in kennis is gesteld van een burgervoorstel schriftelijk zienswijzen met betrekking tot het burgervoorstel ter kennis van de raad brengen. Nadat het college heeft gereageerd agendeert het presidium het burgervoorstel voor de eerstvolgende stadsronde ter bespreking als de agenda nog niet is vastgesteld en de oproep nog niet heeft plaatsgevonden. Indien de agenda is vastgesteld en de oproep heeft plaatsgevonden zal het presidium het burgervoorstel agenderen voor de stadronde daarna. De voorzitter van de raad nodigt de verzoeker schriftelijk uit voor de vergadering waarvoor het burgervoorstel is geagendeerd. De verzoeker of zijn plaatsvervanger heeft tijdens deze vergadering de gelegenheid om zijn burgervoorstel mondeling nader toe te lichten. Zo spoedig mogelijk nadat de raad over het burgervoorstel een besluit heeft genomen, wordt dit besluit bekendgemaakt door kennisgeving van het besluit via de reguliere wijze. Tegelijkertijd met de bekendmaking wordt van het besluit mededeling gedaan aan verzoeker. Een burgervoorstel is onderhevig aan criteria. Wanneer het niet voldoet aan criteria (conform lid 5, lid 6 en lid 7) wordt het niet in behandeling genomen, en wordt door de griffie aan de inwoner geadviseerd een andere vorm van een burgerinitiatief in te zetten. Ongeldig is het verzoek dat bij een algemeen burgervoorstel niet door ten minste 300 voorstelgerechtigden wordt ondersteund en bij een buurtgericht burgervoorstel niet door tenminste 100 voorstelgerechtigden wordt ondersteund. Voorstelgerechtigd zijn degenen die kiesgerechtigd zijn voor de verkiezing van de leden van de raad, alsmede ingezetenen van de gemeente van zestien jaar en ouder die met uitzondering van hun leeftijd voldoen aan de vereisten voor het kiesrecht voor de leden van de raad. Bij een buurtgericht burgervoorstel dienen de voorstelgerechtigden woonachtig te zijn in de buurt of wijk waar het voorstel betrekking op heeft. Voor de beoordeling of aan de vereisten voor voorstelgerechtigden is voldaan, is de toestand op de dag van indiening van het verzoek bepalend. Een burgervoorstel houdt niet in: een onderwerp dat niet behoort tot de bevoegdheid van de raad; een onderwerp waarover korter dan twee jaar geleden een raadsbesluit is genomen; een vraag over het gemeentelijk beleid; een klacht in de zin van hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht over een gedraging van het gemeentebestuur; een bezwaar of beroep in de zin van de Algemene wet bestuursrecht tegen een besluit van het gemeentebestuur. een voorstel waarmee wordt beoogd een bezwaarprocedure, een beroepsprocedure of een klachtenprocedure te doorkruisen; onderwerpen die expliciet nadeel of schade opleveren voor specifieke bewonersgroepen. Het verzoek bevat ten minste: een nauwkeurige omschrijving van het burgervoorstel; een toelichting op het burgervoorstel; concrete beslispunten die zo verwoord zijn dat de raad ermee kan instemmen of het kan afwijzen; de achternaam, de voornamen, het adres, de geboortedatum en de handtekening van de verzoeker en zijn plaatsvervanger; een lijst met de voornamen, achternamen, adressen, geboortedata en handtekeningen van de initiatiefgerechtigden die het verzoek ondersteunen, en/of een digitale uitdraai met de voornamen, achternamen, adressen, geboortedata van de initiatiefgerechtigden die het verzoek ondersteunen via het digitale loket van de gemeente Maastricht en ondertekend hebben door middel van DigiD.

Rechtspraak bij dit artikel