De orde wordt gehandhaafd door de voorzitter.
De voorzitter bepaalt de duur van de spreektijd voor de deelnemers aan de bijeenkomst.
Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord tenzij een deelnemer aan de bijeenkomst hem interrumpeert. De voorzitter bepaalt of de interruptie wordt toegelaten.
Indien een woordvoerder zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp dan wel anderszins de orde verstoord wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien de woordvoerder hieraan geen gevolg geeft kan de voorzitter hem gedurende de bijeenkomst over het aanhangige onderwerp het woord ontnemen.
De voorzitter kan ter handhaving van de orde de bijeenkomst voor een door hem te bepalen tijd schorsen en – indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord – de vergadering sluiten.
Aan het einde van een ronde concludeert de voorzitter of het onderwerp voldoende is behandeld of dat het onderwerp nogmaals geagendeerd moet worden. Indien een onderwerp voldoende is behandeld doet de voorzitter een voorstel voor de vervolgprocedure.
Hoofdstuk
Artikel 15: