De reguliere spreekvolgorde wordt bepaald op basis van de grootte van de fracties (totaal uitgebrachte stemmen) bij aanvang van een nieuwe zittingsperiode van de raad. Deze volgorde blijft gelden gedurende de hele zittingsperiode van de raad.
Een raadslid voert het woord na het aan de voorzitter gevraagd en van hem verkregen te hebben.
Een raadslid voert het woord vanaf het spreekgestoelte dan wel vanaf de interruptiemicrofoon tenzij de voorzitter toestaat dat het raadslid vanaf zijn eigen plek in de raadzaal het woord voert.
De volgorde van sprekers kan worden gewijzigd, wanneer een raadslid het woord vraagt over de orde van de vergadering of op voorstel van de voorzitter.
Raadsleden spreken via de voorzitter.
Hoofdstuk › Paragraaf 3
Artikel 34: