Wanneer de voorzitter vaststelt, dat een onderwerp of voorstel voldoende is voorbereid, sluit hij de beraadslaging, tenzij de raad anders beslist.
Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming overgaat, heeft ieder raadslid het recht een stemverklaring uit te brengen door zijn voorgenomen stem kort en bondig te motiveren.
Nadat de beraadslaging is gesloten, vindt stemming plaats.
Hoofdstuk › Paragraaf 3
Artikel 36: