Indien een raadslid te kennen geeft een hoofdelijke stemming te wensen, moet de stemming plaatsvinden. De raad heeft niet de bevoegdheid om van deze bepaling van artikel 32, lid 1 van de Gemeentewet (Artikel 32 Gemeentewet) af te wijken. Vraagt niemand stemming, dan wordt het voorstel geacht te zijn aangenomen.
Een raadslid kan zich alleen onthouden van stemming op grond van artikel 28 Gemeentewet (Artikel 28 Gemeentewet). In alle andere gevallen is een raadslid verplicht stelling te nemen en te stemmen, tenzij het raadslid de vergaderzaal heeft verlaten.
Bij staking van stemmen is het bepaalde in artikel 32 lid 4 en 5 van de Gemeentewet (Artikel 32 Gemeentewet) van toepassing. Indien de vergadering voltallig is, wordt het voorstel geacht te zijn verworpen. Is de vergadering niet voltallig, dan wordt het nemen van het besluit tot een volgende vergadering uitgesteld. Als ook dan de stemmen staken, wordt het voorstel geacht niet te zijn aangenomen.
Stemmingen zijn in principe openbaar. Een volksvertegenwoordiger dient duidelijk te zijn in zijn of haar voorkeur. Door de openbaarheid is het voor de achterban (kiezers) duidelijk hoe ze vertegenwoordigd worden en legt het raadslid verantwoording af. In Maastricht wordt een elektronisch stemsysteem gebruikt waarbij de openbaarheid gewaarborgd wordt doordat de naam van het raadslid of de naam van de fractie met aantal leden gekoppeld wordt aan de stemuitslag. Dit is te lezen op een scherm. Deze manier van stemmen is mogelijk op grond van de Gemeentewet.
Hoofdstuk
Artikel 40.