Het onderscheid tussen schriftelijke en mondelinge vragen aan het college is nader geduid (Artikel 155 Gemeentewet). Schriftelijk ingediende vragen kunnen uitsluitend nog schriftelijk worden beantwoord.
Mondelinge vragen van raadsleden of burgerleden worden ook mondeling beantwoord door het college in de tweewekelijkse informatieronde “vragen aan college”. Ten aanzien van de procedure van de behandeling van de mondelinge vragen zelf is nu geregeld dat de vragensteller niet meer dan twee maal het woord voert en geen nieuwe vragen stelt ten opzichte van de eerder ingediende vragen. Andere aanwezige raads- en burgerleden kunnen verduidelijkende vragen stellen.
Het stellen van schriftelijke en mondelinge vragen is één van de instrumenten van de raad om inlichtingen van het college of van de burgemeester te krijgen. Daarnaast kan de raad op voorstel van een of meerdere raadsleden een onderzoek naar het door het college of de burgemeester gevoerde bestuur instellen. De uitwerking van die mogelijkheid kan achterwege blijven in het RvO omdat de Gemeentewet daarover voldoende duidelijk is (Artikel 155a Gemeentewet, Artikel 155b Gemeentewet, Artikel 155c Gemeentewet, Artikel 155d Gemeentewet, Artikel 155e Gemeentewet, Artikel 155f Gemeentewet).
Hoofdstuk
Artikel 47