Lid 1
Het leveren van een bijdrage aan verbetering van arbeidsomstandigheden en daarmee het functioneren van individuele medewerkers en de organisatie in haar geheel.
Lid 2
Het zo snel mogelijk bieden van opvang en ondersteuning aan medewerkers die met ongewenst gedrag zijn/worden geconfronteerd.
Lid 3
Het verkrijgen van inzicht in het verschijnsel ongewenste omgangsvormen binnen de gemeentelijke organisatie.