1. Zoals bepaald in de verordening verstrekt het college geen maatwerk- of individuele voorziening voor zover de beperkingen kunnen worden weggenomen met gebruikelijke hulp.
2. Het college beoordeelt in hoeverre de persoon met wie de hulpvrager samenleeft, daadwerkelijk in staat is tot het verlenen van gebruikelijke hulp.
3. Onder gebruikelijke hulp wordt verstaan hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten. Voor gebruikelijke hulp wordt geen maatschappelijke ondersteuning of jeugdhulp verleend.
4. Alle ondersteuning of hulp die door de partner, ouder, volwassen kind en/of elke andere volwassen huisgenoot geboden wordt, is gebruikelijke hulp als er sprake is van een kortdurende zorgsituatie, met uitzicht op een dusdanig herstel van het gezondheidsprobleem en de daarmee samenhangende zelfredzaamheid van de cliënt, dat een maatwerkvoorziening of individuele voorziening daarna niet meer noodzakelijk is. Daarbij gaat het over het algemeen over een periode van drie maanden.
5. In langdurige of chronische situaties zijn algemeen aanvaarde maatstaven bepalend voor de vraag of sprake is van gebruikelijke hulp.
6. Het hangt af van de sociale relatie welke hulp huisgenoten elkaar moeten bieden. Hoe intiemer de relatie, des te meer hulp zij elkaar horen te geven.
7. Het bieden van een beschermende woonomgeving van ouders aan kinderen is tot een leeftijd van 18 jaar gebruikelijke hulp, zowel in kortdurende als langdurige situaties.
8. Voor zover de cliënt zich in de terminale levensfase bevindt, wordt geen gebruikelijke hulp verwacht van een partner of ouder.
HOOFDSTUK 3 › PARAGRAAF 3.1
Artikel 3.1.3
Gebruikelijke hulp
Onderdeel van Nadere regels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Assen