1. Dit resultaat wordt toegekend op grond van de Wmo. Het afwegingskader zoals vermeld in artikel 2.3.2 Wmo, en de verordening is van toepassing.
2. De noodzaak voor het bieden van ondersteuning om het resultaat Veilig wonen te bereiken bepaalt het college op basis van de ZRM en de wegwijzer GGZ-Wmo van Phrenos/Andersson, Elffers en Felix.
3. Het college hanteert daarnaast de volgende uitgangspunten bij het toekennen van het hoofdresultaat:
Cliënt is geen slachtoffer van mensenhandel. De opvang van slachtoffers van mensenhandel is landelijk geregeld. In deze gevallen wordt een warme overdracht gedaan naar meldpunt/politie/ vrouwenopvang.
Er is geen sprake van mishandeling. Slachtoffers van huiselijk geweld kunnen terecht bij Veilig Thuis Drenthe (centrumgemeente Emmen). In deze gevallen wordt een warme overdracht gedaan naar meldpunt/politie/ vrouwenopvang.
Cliënt is geen gevaar voor zichzelf of omgeving en bevindt zich niet in een acute psychische crisis. In dat geval geldt een warme overdracht naar de GGZ- crisisdienst
Cliënt komt niet in aanmerking voor behandeling met wooncomponent. Behandeling met wooncomponent is voorliggend op basis van de ZVW.
Cliënt voldoet in geval van dakloosheid tevens aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor een maatwerkvoorziening beschermd wonen (anders doorverwijzing naar maatschappelijke opvang).
Cliënt is niet op justitiële titel in behandeling en/of er is niet vanuit een justitiële titel begeleiding opgelegd. In dat geval valt cliënt onder financiële verantwoordelijkheid van Justitie.
Als de cliënt in staat wordt geacht om zelfstandig te wonen, dan is ambulante begeleiding aan de orde. Als de cliënt niet in staat wordt geacht om zelfstandig te wonen met eventueel 24 uurs achterwacht, dan is beschermd wonen (pas) aan de orde.
4. Het college hanteert de volgende uitgangspunten bij het toekennen van de subresultaten en bijbehorende arrangementen:
subresultaat a is altijd bedoeld als voorbereiding op zelfstandig wonen om de overgang van een beschermde naar een zelfstandige woonomgeving te versoepelen en te stimuleren en wordt in beginsel toegekend voor maximaal 6 maanden.
subresultaat b wordt ingezet ingeval iemand niet langer in staat wordt geacht zelfstandig te kunnen wonen maar nu wel zelfstandig woont. Arrangement b is het arrangement waarin cliënt in beginsel start. Vanuit dit arrangement wordt bekeken of iemand doorgeleid moet worden naar een ander arrangement of dat arrangement b passend is.
HOOFDSTUK 3 › Paragraaf 3.3
Artikel 3.3.4
Afwegingskader
Onderdeel van Nadere regels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Assen