Het college weigert een woonvoorziening als:
de cliënt geen hoofdverblijf houdt in de woonruimte waarop een woonvoorziening betrekking heeft, tenzij deze voorziening het geschikt maken van een woning voor bezoek betreft.
de cliënt voor het eerst zelfstandig gaat wonen en de aanvraag een voorziening in verhuizing en/of herinrichting betreft.
de cliënt verhuisd is uit óf naar een woonruimte die niet geschikt is het gehele jaar door bewoond te worden.
de cliënt verhuisd is naar een Wlz-instelling of een andere instelling gericht op het verstrekken van zorg.
HOOFDSTUK 6. › Paragraaf 6.3
Artikel 6.3.9
Bijzondere weigeringsgronden voor een woonvoorziening
Onderdeel van Nadere regels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Assen