1. Dit resultaat wordt toegekend op grond van de Wmo en de Jeugdwet. Het afwegingskader zoals vermeld in artikel 2.3.2 Wmo resp. artikel 2.3 Jeugdwet en de verordening is van toepassing. Daarnaast wordt gebruik gemaakt van het HHM-normenkader.
2. Het college hanteert de volgende uitgangspunten:
van een schoon en leefbaar huis is sprake indien cliënt kennis heeft van en overzicht heeft over de activiteiten die nodig zijn om het huis schoon en leefbaar te houden. Cliënt kan deze activiteiten zelf dan wel met ondersteuning van het sociaal netwerk plannen en uitvoeren.
dit resultaatgebied betreft ondersteuning op de regie op het huishouden in combinatie met de uitvoering van schoonmaakwerk.
signalen uit het sociaal netwerk of hulp daaromheen kunnen aanleiding zijn om ondersteuning op dit resultaatgebied toe te kennen.
wanneer cliënt wel regie kan voeren, maar niet in staat is de schoonmaaktaken uit te voeren, dan kan hij gebruik maken van de algemene voorziening schoonmaakondersteuning.
Indien de algemene voorziening schoonmaak in het geval van cliënt geen passende ondersteuning biedt, dan beoordeelt het college of cliënt in aanmerking komt voor de maatwerkvoorziening schoon en leefbaar huis. Hiervan is onder meer sprake als de activiteiten die, gelet op de beperkingen die cliënt ervaart, noodzakelijk zijn, meer tijd vergen dan de drie uur die via de AVS beschikbaar is.
jeugdigen (t/m 18 jaar) kunnen voor dit resultaatgebied in aanmerking komen indien zij zelfstandig wonen zonder hun ouders of verzorgers.
HOOFDSTUK 3 › Paragraaf 3.8
Artikel 3.8.4
Afwegingskader
Onderdeel van Nadere regels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Assen