Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 6. › Paragraaf 6.2

Artikel 6.2.1

Rolstoel

Onderdeel van Nadere regels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Assen

1. Het college verstaat onder een rolstoel een handbewogen-, elektrische- of duwrolstoel. 2. Het college kent een voorziening in de vorm van een rolstoel toe aan cliënten die zijn aangewezen op een rolstoel om zich te kunnen verplaatsen. 3. De voorziening stelt de cliënt in staat om deel te nemen aan het maatschappelijk verkeer (het kunnen ontmoeten van medemensen en op basis daarvan sociale verbanden aangaan) en zich zelfstandig te kunnen verplaatsen in en om de woning. 4. Het college verstrekt een rolstoel voor ‘incidenteel’ gebruik alleen als dit bijdraagt aan het ontmoeten van medemensen en het aangaan van sociale verbanden. 5. De sportrolstoel wordt niet gerekend tot een rolstoel voor het verplaatsen in en rond de woning. 6. Bij het onderzoek naar de verstrekking van de voorziening houdt het college rekening met de belangen van betrokken mantelzorgers.

Rechtspraak bij dit artikel