Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 8.

Artikel 8.2

Verkeersmaatregelen en bereikbaarheid

Onderdeel van Nadere regels kabels en leidingen gemeente Berg en Dal 2017

1. . Tijdens de werkzaamheden dienen de richtlijnen van CROW Handboek wegafzettingen 96b bij werken in uitvoering op niet-autosnelwegen en wegen binnen de bebouwde kom, in acht te worden genomen. 2. . Een aanvraag voor tijdelijke verkeersmaatregel dient minimaal 15 werkdagen voorafgaand aan de geplande werkzaamheden in combinatie met betreffende graafvergunning cq. Opbreekmelding bij de toezichthouder ter beoordeling ingediend te worden, waarbij wordt vermeld, de ingangsdatum en tijdsduur van de tijdelijke verkeersmaatregel, de eventuele fasering en de werkvolgorde. 3. . Bij een melding voor opbreekwerkzaamheden voegt de melder het bijbehorende verkeersplan met tijdelijke verkeersmaatregel toe. 4. . Indien een tijdelijke verkeersomleiding noodzakelijk is, wordt deze gerealiseerd door beheerder of uitvoerder. De verkeersomleiding wordt aangegeven door borden, maar kan ook tijdelijke wegverhardingen, verkeerslichten, geleideblokken, belijningen, afzetmaterialen en dergelijke omvatten. 5. . De werkzaamheden moeten naar genoegen van de gemeente in tijd en uitvoeringswijze zodanig worden gepland dat de belemmering van de bereikbaarheid van woningen, bedrijven en openbare voorzieningen tot het minimum wordt beperkt. 6. . Indien de gemeente het noodzakelijk acht, kan vergunninghouder / houder van het instemmingsbesluit worden verplicht ´s nachts, in de avonduren of buiten de spitsuren de werkzaamheden uit te voeren. Dit zal indien vooraf bekend bij graafvergunning / instemmingsbesluit schriftelijk worden medegedeeld. 7. . Het afvoeren van voorzieningen moet op een zorgvuldige wijze gebeuren ter voorkomen van beschadigingen aan gemeentelijke en particuliere eigendommen. 8. . Vergunninghouder / houder van het instemmingsbesluit draagt zorg voor regelmatige en voldoende controle op de instandhouding van verkeersborden, wegbebakening en afzettingen, ook buiten de normale werktijden en zo nodig een spoedig herstel van de in ongerede geraakte voorziening. 9. . Tijdelijke bebording mag niet aangebracht worden aan bestaande verticale elementen en lichtmasten en/of het zicht op overige verkeersborden of verkeerslichten voor verkeersdeelnemers wegnemen. 10. . Permanente verkeersborden in strijd met tijdelijke bebording dient afgedekt of afgedraaid te worden. 11. . De aannemer of onderaannemer die de verkeersmaatregelen opzet en/of verwijderd dient in het bezit te zijn van een KOMO-procescertificaat op basis van de BRL-9101 conform de het KIWA Reglement voor Procescertificatie. 12. . De gemeente zal er de nodige zorg aan besteden, dat het nuts/-telecombedrijf kan beschikken over het tracé. 13. . De bereikbaarheid voor hulpdiensten moet doorlopend worden gewaarborgd. De brandweer moet gebouwen tot op tenminste 40 meter kunnen benaderen. De minimale doorrijbreedte voor brandweervoertuigen bedraagt 3,50 meter. De doorrijhoogte is 4,50 meter. 14. . Brandkranen moeten altijd zichtbaar blijven en bereikbaar zijn. Aansluitingen voor droge blusleidingen moeten worden vrijgehouden. 15. . Uitvoerder draagt zorg voor de bereikbaarheid van woningen, winkels, bedrijven, openbare gebouwen e.d. voor (mindervalide) voetgangers en (brom)fietsers en bevoorrading. In overleg met de betrokkenen kan door de gemeente de mate van bereikbaarheid nader inhoud worden gegeven. 16. . Alle (nood)uitgangen van gebouwen moeten over de volle breedte worden vrijgehouden. 17. . Stalling van haspel-, vracht-, directie-, materiaalwagens enz. moet in overleg met de gemeente worden bepaald. 18. . De toezichthouder controleert vanuit de publieke taakstelling van de gemeente of het werk veilig wordt uitgevoerd en is bevoegd om, bij onveilige situaties, correctieve maatregelen af te dwingen.

Rechtspraak bij dit artikel