Van een ingevolge dit hoofdstuk verleend mandaat of ondermandaat wordt geen gebruik gemaakt als:
de gemandateerde of ondergemandateerde een particulier belang heeft bij het gebruik van het mandaat;
daardoor in strijd wordt gehandeld met de begroting;
daardoor uitgaven worden gedaan of verplichtingen worden aangegaan waarvoor geen of onvoldoende budget of investeringskrediet beschikbaar is
anderszins in strijd wordt gehandeld met het geldend treasurystatuut of de geldende budgethoudersregeling.
HOOFDSTUK 3
Artikel 13
Beperking gebruik
Onderdeel van Mandaatbesluit bestuurders en ambtelijke organisatie Wassenaar