**1..** Het college stelt bij het constateren van een fraudesignaal een onderzoek in.
**2..** Het college stelt controleprotocollen op voor het te voeren onderzoek, waarbij op basis van objectieve criteria de in te zetten middelen van licht naar zwaar kunnen oplopen.
**3..** De bevoegdheid om deze middelen in te zetten ontleent het college aan de artikelen 17 en 53a Participatiewet, respectievelijk de artikelen 13 en 14 van zowel de IOAW als de IOAZ.
**4..** Het college zet een strafrechtelijk traject in indien het benadelingsbedrag hoger is dan bruto € 50.000,- of als het vermoeden bestaat dat het benadelingsbedrag € 50.000,- of meer zal bedragen.
**5..** Benadelingsbedragen van minder dan € 50.000,- worden in beginsel bestuursrechtelijk afgedaan, tenzij:
strafrechtelijk dwangmiddelen zijn toegepast;
toepassing van strafrechtelijke dwangmiddelen wenselijk is;
er sprake is van samenloop met andere strafbare feiten;
de status van de verdachte of diens voorbeeldfunctie aanleiding zijn tot een strafrechtelijke afdoening;
het recidive betreft met een totaal fraudebedrag boven de € 50.000,-;
er fraude met medeweten van uitvoerende ambtenaren heeft plaatsgehad;
het gaat om fraude in georganiseerd verband;
feiten en omstandigheden rond de verdachte daartoe aanleiding geven.
**6..** Het doen van aangifte wegens fraude sluit het opleggen van een boete ingevolge artikel 18a van de Participatiewet, 20a van de IOAW en artikel 20a van de IOAZ uit indien het Openbaar Ministerie is overgegaan tot vervolging en het onderzoek ter terechtzitting is begonnen, de zaak is afgedaan middels een strafbeschikking of als een transactie is overeengekomen met de belanghebbende.
Hoofdstuk 3
Artikel 4
Controle op maat
Onderdeel van Beleidsregels handhaving en inning vorderingen Participatiewet, IOAW en IOAZ 2017 Gemeente Heerenveen