Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7

Artikel 16

Verantwoording subsidies vanaf € 50.000,--

Onderdeel van Algemene verordening welzijnssubsidies

1.. Indien de subsidieverlening meer bedraagt dan € 50.000,-- dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in bij het college: a.       bij een eenmalige subsidie: uiterlijk 13 weken na het verricht zijn van de activiteiten; b.       bij een per boekjaar verstrekte subsidie: uiterlijk voor 1 mei in het jaar na afloop van het kalenderjaar, respectievelijk 4 maanden na het subsidietijdvak waarvoor de subsidie is verleend. 2.. De aanvraag tot vaststelling bevat: a.       een inhoudelijk verslag waaruit blijkt of dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn uitgevoerd; b.       een overzicht van de activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening); c.       een balans naar het einde van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop, en d.      een accountantsverklaring. 3.. Het college kan bepalen dat ook andere, of minder dan, de in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van belang zijn, worden overgelegd.

Rechtspraak bij dit artikel