Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 4

Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud

Onderdeel van Algemene verordening welzijnssubsidies

1.. De raad kan jaarlijks (een) subsidieplafond(s) per beleidsterrein vaststellen door middel van de vaststelling van de begroting. De raad bepaalt daarbij hoe het beschikbare bedrag wordt verdeeld. Indien in het besluit waarbij het subsidieplafond is vastgesteld niet anders is bepaald, zal het beschikbare budget op basis van de criteria "bijdrage aan de gemeentelijke doelstellingen" en de "prijs-kwaliteit-verhouding" verdeeld worden. 2.. Het college kan - met inachtneming van de door de raad vastgestelde beleidsdoelen en regels omtrent de verdeling van de middelen – nadere subsidieplafond(s) vaststellen voor de verlening van subsidies voor activiteiten binnen bepaalde beleidsterreinen. Het college bepaalt daarbij hoe het beschikbare bedrag wordt verdeeld. 3.. Subsidieplafonds worden bekend gemaakt door publicatie in het Gemeenteblad en op de gemeentelijke website. Bij de bekendmaking van de subsidieplafonds wordt gewezen op de mogelijkheid van verlaging en de gevolgen daarvan voor reeds ingediende aanvragen. 4.. Een aanvraag voor subsidie wordt afgewezen, indien door het verlenen van de subsidie het subsidieplafond wordt overschreden. 5.. Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld wordt verleend onder de voorwaarde, dat voldoende middelen op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld, zoals bedoeld in artikel 4:34 eerste lid Awb.

Rechtspraak bij dit artikel