Indien een ontheffinghouder zich niet houdt aan de voorschriften en bepalingen voor het gebruik van de ontheffing (overtreding) worden de navolgende sancties toegepast:
Schorsing binnen de geldigheidsduur van de ontheffing:
1e overtreding bepalingen: schorsing ontheffing voor 3 maanden;
2e overtreding bepalingen: onmiddellijke intrekking van de ontheffing;
Afwijkende oorzaken en termijnen voor schorsing:
Gedurende de termijn van schorsing toch gebruik maken van de busbaan of -strook: onmiddellijke intrekking van de ontheffing;
Het opleggen van een maatregel als bedoeld in artikel 130 e.v. Wegenverkeerswet 1994 leidt tot onmiddellijke intrekking van de ontheffing.
Als constatering van overtreding wordt aangemerkt een feitelijke verkeersboete van de politie of een schriftelijke rapportage van een ambtenaar in functie.