Naar hoofdinhoud
1. Het college kan onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden, die additioneel van aard zijn, inzetten als tegenprestatie voor zover die werkzaamheden naar zijn aard niet zijn gericht op toeleiding tot de arbeidsmarkt en niet leiden tot verdringing. 2. Het college kan ter nadere uitvoering van deze verordening beleidsregels vaststellen waarin wordt vastgelegd welke aanvullende werkzaamheden het college in ieder geval kan aanbieden en de voorwaarden die daarbij gelden voor zover daarover in deze verordening geen nadere bepalingen zijn opgenomen. Artikel 20. Duur en omvang van een tegenprestatie 1. De tegenprestatie wordt opgedragen voor de maximale duur van 12 maanden. 2. De tegenprestatie wordt opgedragen voor maximaal 16 uur per week en minimaal 2 uur per week. 3. Na het verrichten van een tegenprestatie kan het college na minimaal drie maanden opnieuw een tegenprestatie opdragen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel