1. Brieven, ook brieven die geen besluit inhouden, worden altijd door of namens een bestuursorgaan (college of burgemeester) ondertekend.
2. Uit de ondertekening moet altijd blijken:
A. welk bestuursorgaan het besluit genomen heeft of namens welk bestuursorgaan het besluit genomen is;
B. wie ondertekent. Daarbij dient zowel de naam als de functie vermeld te worden;
C. het bepaalde onder b geldt niet voor ontvangstbevestigingen.
4. Deze eisen gelden óók bij digitaal aangemaakte brieven en bij electronisch ondertekende brieven.
5. Als geen “natte” handtekening wordt geplaatst, dient in cursief schrift onder de ondertekening te worden vermeld: “deze brief is geautomatiseerd aangemaakt en daarom niet ondertekend”.
6. Op elke brief moet de feitelijke verzenddatum worden vermeld.
Hoofdstuk 3
Artikel 6