1. De voorzitter nodigt de belanghebbenden en het verwerend orgaan ten minste twee weken
voor de zitting schriftelijk uit.
2. Binnen vier dagen na de dag van verzending van de uitnodiging kunnen de
belanghebbenden of het verwerend orgaan onder opgaaf van redenen de voorzitter
verzoeken het tijdstip van de zitting te wijzigen.
3. De beslissing van de voorzitter op dit verzoek wordt uiterlijk één week voor het tijdstip van
de zitting aan de belanghebbende(n) en het verwerend orgaan meegedeeld.
4. De voorzitter is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken of afwijking toe te
staan van de termijnen die genoemd zijn in het eerste tot en met het derde lid.