Naar hoofdinhoud
1.. Leden van het algemeen bestuur dienen initiatiefvoorstellen schriftelijk in bij de voorzitter. Deze brengt een ingediend voorstel zo spoedig mogelijk ter kennis van het dagelijks bestuur. 2.. Het dagelijks bestuur kan binnen één maand nadat het ter kennis is gebracht schriftelijk wensen en bedenkingen over het voorstel ter kennis van het algemeen bestuur brengen. 3.. Een voorstel wordt, nadat het dagelijks bestuur schriftelijk wensen of bedenkingen ter kennis van het algemeen bestuur heeft gebracht of kenbaar heeft gemaakt hiertoe niet te zullen overgaan, dan wel nadat de in het tweede lid gestelde termijn is verlopen, op de agenda van de eerstkomende vergadering van het algemeen bestuur geplaatst, tenzij de schriftelijke oproep hiervoor reeds is verzonden. In dat geval wordt het voorstel op de agenda van de daaropvolgende vergadering geplaatst.

Rechtspraak bij dit artikel