Naar hoofdinhoud
1.. Leden van het algemeen bestuur dienen schriftelijke vragen aan het dagelijks bestuur of de voorzitter in bij de secretaris. Daarbij wordt aangegeven of er voorkeur bestaat voor schriftelijke of mondelinge beantwoording. 2.. De secretaris brengt de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur of de voorzitter. 3.. Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, doch in elk geval binnen 14 dagen nadat de vragen zijn ingediend. 4.. Als de vragen ten minste 48 uur voor aanvang van de vergadering van het algemeen bestuur zijn ingediend, heeft mondelinge beantwoording plaats in de eerstvolgende vergadering van het algemeen bestuur, tenzij het dagelijks bestuur of de voorzitter de secretaris gemotiveerd in kennis stelt dat dit onmogelijk is, waarbij tevens wordt aangegeven binnen welke termijn beantwoording zal plaatsvinden. 5.. Schriftelijke antwoorden van het dagelijks bestuur of de voorzitter worden door tussenkomst van de secretaris aan de leden van het algemeen bestuur toegezonden. 6.. De vragensteller kan bij schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende vergadering van het algemeen bestuur en bij mondelinge beantwoording in dezelfde vergadering nadere inlichtingen vragen over het door het dagelijks bestuur of de voorzitter gegeven antwoord, tenzij het algemeen bestuur anders beslist.

Rechtspraak bij dit artikel