Cliënten kunnen een aanvraag voor een individuele voorziening schriftelijk indienen bij het college.
Een aanvraag wordt ingediend door middel van een door het college vastgesteld formulier.
Een ondertekend verslag van het gesprek kan, indien de cliënt dat wenst, worden beschouwd als aanvraag.
Als de jeugdhulp betrekking heeft op een ander dan de aanvrager, behoeft de aanvraag de instemming van de cliënt waarop de aanvraag betrekking heeft.
Heeft de aanvraag betrekking op een minderjarige:
die jonger is dan 12 jaren, of;
die ouder is dan 12 jaren en niet in staat tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake
dan is niet de instemming van de minderjarige vereist, maar van diens wettelijke vertegenwoordiger.
Heeft de aanvraag betrekking op een minderjarige die de leeftijd van 12 maar nog niet die van 16 jaren heeft bereikt, dan behoeft de aanvraag de instemming van zowel de minderjarige als diens wettelijke vertegenwoordiger. Weigert de wettelijke vertegenwoordiger in te stemmen met de aanvraag, dan kan het college toch een besluit nemen als de jeugdhulp voor de minderjarige noodzakelijk is en de minderjarige de hulp weloverwogen blijft wensen.
In afwijking van lid 4 kan het college op een aanvraag van de wettelijke vertegenwoordiger van een minderjarige die ouder is dan 12, maar jonger dan 16 jaren en die weigert in te stemmen met de aanvraag, een besluit nemen als de hulp voor de minderjarige noodzakelijk is.
De cliënt die een aanvraag indient voor een individuele voorziening, verstrekt aan het college indien noodzakelijk een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht.