Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4 -

Artikel 12.

Regels voor bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Katwijk 2015

1.. Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening dan wel pgb, zolang hij van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt, en afhankelijk van het inkomen en vermogen van de cliënt en zijn echtgenoot. 2.. De kostprijs van een maatwerkvoorziening en pgb wordt bepaald: door een aanbesteding; na een consultatie in de markt, of in overleg met de aanbieder. 3.. In de gevallen, bedoeld in artikel 2.1.4, zevende lid, van de wet, worden de bijdragen voor een maatwerkvoorziening of pgb door het CAK vastgesteld en geïnd. 4.. Als de bijdrage voor een maatwerkvoorziening of pgb ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is verschuldigd, is de bijdrage verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is afgewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt. 5.. Voor de bepaling van de bijdrage voor maatwerkvoorzieningen of pgb’s geldt dat de bedragen per vier weken, de inkomensbedragen en de percentages die gelden voor de berekening van de bijdrage gelijk zijn aan die genoemd in artikel 3.8, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. 6.. Voor de in Katwijk wonende mantelzorger, die door de mantelzorg overbelast is geraakt dan wel dreigt overbelast te raken, wordt een korting toegepast op de bijdrage voor de maatwerkvoorziening ‘het ontlasten van (dreigend) overbelaste mantelzorgers’ ter hoogte van die bijdrage, tot een maximum van 2 uur hulp per week gedurende maximaal een half jaar, welk half jaar door het college eenmaal met maximaal een half jaar kan worden verlengd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel