Naar hoofdinhoud

Artikel 3

voorwaarden

Onderdeel van Regeling briefadres gemeente Meierijstad 2017

De aangifte wordt gedaan in de gemeente waar het briefadres zich bevindt. De aangever is verplicht om bij de aangifte tot briefadres alle benodigde stukken te overleggen. Onder benodigde stukken als bedoeld in het tweede lid wordt in ieder geval verstaan: een geldig identiteitsbewijs; de schriftelijke verklaring van de aangever met reden voor de aangifte en de te verwachten periode dat het briefadres noodzakelijk is; een geldig identiteitsbewijs of een kopie ervan en een schriftelijke verklaring van instemming van de briefadresgever; een ingevulde en ondertekende vragenlijst briefadres, als het briefadres gevraagd wordt op grond van artikel 2, lid 1; een verklaring van het werkatelier Toegang van Meierijstad waaruit blijkt dat er een begeleidingsplan is opgesteld, een contactpersoon is van de gemeente en toestemming van het werkatelier Toegang van Meierijstad als het briefadres gevraagd wordt op grond van artikel 2, eerste lid sub a; een huur- of koopcontract van de nieuwe woning als het briefadres gevraagd wordt op grond van artikel 2, eerste lid sub b; een werkgeversverklaring of een uittreksel van de Kamer van Koophandel, waaruit blijkt dat er sprake is van een ambulant beroep, als het briefadres wordt gevraagd op grond van artikel 2, eerste lid sub c; bewijsstukken waaruit ten hoogste vier maanden verblijf buiten Nederland blijkt, als het briefadres gevraagd wordt op grond van artikel 2, eerste lid sub d; een werkgeversverklaring of uittreksel van de Kamer van Koophandel waaruit verblijf in het buitenland korter dan twee jaar blijkt en de thuishaven van het schip, als het briefadres gevraagd wordt op grond van artikel 2, eerste lid sub e; eigendomsakte van het voer- of vaartuig en documenten, waaruit verblijf op verschillende verblijfplaatsen binnen Nederland blijkt, als het briefadres gevraagd wordt op grond van artikel 2, eerste lid sub f. Als het briefadres gevraagd wordt op grond van artikel 2, lid 4, is een schriftelijke verklaring van de burgemeester noodzakelijk waaruit blijkt dat opname van een woonadres niet wenselijk is. Als het briefadres noodzakelijk is op grond van artikel 2, lid 1 onder f en g, dient de noodzakelijkheid te blijken uit een onderliggend dossier. De briefadresgever kan maximaal aan twee gezinshuishoudens, aan twee alleenstaanden of aan een gezinshuishouden en een alleenstaande toestemming geven een briefadres te houden. Lid 6 van dit artikel is niet van toepassing indien de briefadresgever het college van burgemeester en wethouders betreft of een door dit college aangewezen rechtspersoon, bedoeld in artikel 2.42 onder b van de Wet BRP.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel