1 Ontslag kan worden verleend overeenkomstig de artikelen 8:1 (op verzoek), 8:2 (wegens het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd), 8:3 (wegens reorganisatie), 8:4 (wegens volledige arbeidsongeschiktheid), 8:5 (wegens gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid), 8:6 (wegens onbekwaamheid of ongeschiktheid), 8:7, 8:8 en 8:9 (overige ontslaggronden), 8:12 en 8:12:1 (van rechtswege en tussentijds ontslag uit tijdelijke aanstelling) en 8:13 (als disciplinaire straf) van de CAR/UWO.
2 Onverminderd ontslag op een grond genoemd in de regeling wordt ook ontslag verleend, indien de ambtenaar – anders dan wegens ziekte – gedurende 12 maanden niet beschikbaar is of door wordt gevraagd voor een huwelijk.
3 De leidinggevende kan in overleg met de medewerker besluiten, nadat die medewerker de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt, het ontslag als bedoeld in artikel 8:3 CAR/UWO telkens met maximaal één jaar uit te stellen.
4 Schorsing van de buitengewoon ambtenaar vindt plaats overeenkomstig artikel 8:15:1 en 8:15:2 van de CAR/UWO.
Artikel V
Ontslag en schorsing
Onderdeel van Rechtspositieregeling buitengewoon ambtenaar burgerlijke stand