Naar hoofdinhoud
1.. De subsidie bedraagt: voor de in artikel 4 lid 1 onder a genoemde doelgroep bedraagt de maximale subsidie per bezette peuterplek per jaar: 5 uren per week * maximaal € 7,50 per uur * 40 weken / 12 maanden, minus de geldende ouderbijdrage op basis van de tabel uit Bijlage 1; voor de in artikel 4 lid 1 onder b genoemde doelgroep bedraagt de maximale subsidie per bezette peuterplek per jaar: 10 uren per week * maximaal € 7,50 * 40 weken/ 12 maanden, minus de geldende ouderbijdrage op basis van de tabel uit Bijlage 1; voor de in artikel 4 lid 1 onder c genoemde doelgroep bedraagt de maximale subsidie per bezette peuterplek per jaar: 5 uren per week * maximaal € 7,50 * 40 weken / 12 maanden, minus de geldende ouderbijdrage op basis van de tabel uit Bijlage 1. 2.. Als de ouderbijdrage minder dan 12 keer per jaar in rekening wordt gebracht, dan vindt op de in lid 1 onder a, b en c genoemde berekeningen een correctie plaats in de vorm van een aanpassing van de 12 maanden-factor. 3.. Naast de in lid 2 genoemde subsidiebedragen stelt het college een VVE-toeslag beschikbaar voor doelgroeppeuters van 2,5 jaar tot het moment waarop zij naar de basisschool uitstromen. Deze subsidie wordt verstrekt voor peuters die een VVE- peuterplek bezetten van 10 uur per week, ongeacht of de ouders recht hebben op kinderopvangtoeslag. Deze VVE-toeslag bedraagt per geplaatste doelgroeppeuter € 418 per jaar. Indien de doelgroeppeuter de VVE-plek niet het gehele jaar bezet, wordt de toeslag naar rato verstrekt. 4.. Het definitieve subsidiebedrag wordt na afloop van de subsidieperiode, op basis van de gegevens uit de eindrapportage van de houder, inclusief het ingevulde rapportageformat Eindrapportage Peuterspeelzaalwerk, door het college vastgesteld. Deze vaststelling vindt plaats op basis van het werkelijke aantal bezette peuterplekken. Daaronder wordt hier begrepen het aantal afgenomen uren per werkelijk bezette peuterplek (regulier en VVE), het werkelijk gehanteerde uurtarief, het aantal doelgroeppeuters waarvoor (naar rato) het VVE-jaarbedrag wordt ontvangen en de totaal in rekening gebrachte ouderbijdragen. Indien de houder minder bezette peuterplekken heeft gerealiseerd dan het aantal waarop de hoogte van de subsidieverlening was gebaseerd kan dat tot een terugvordering van subsidie leiden. 5.. Het is toegestaan de werkelijke invulling van de plekken als reguliere of VVE-plek ten opzichte van de aantallen genoemd in de subsidieaanvraag, gedurende de subsidieperiode, aan te passen aan de vraag van ouders. Het definitieve subsidiebedrag kan alleen hoger worden na toestemming van het college.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel