Naar hoofdinhoud
De doelgroep van dit beleidskader wordt gevormd door legale buitenlandse werknemers van bedrijven, die tijdelijk in Nederland verblijven (de zogenaamde ‘shortstayers’). Met ‘legaal’ wordt bedoeld werknemers die hun hoofdverblijf elders dan in Nederland hebben en die in het bezit zijn van een EU-paspoort of een tewerkstellingsvergunning (TWV, voor personen buiten de EU of de EER). Buiten de doelgroep vallen personen die meer dan negen maanden in Nederland verblijven (deze periode is gelijk aan de door de provincie in haar Wijzigingsverordening van de Omgevingsverordening 2014 opgenomen verblijfsduur van arbeidsmigranten), omdat een verblijf van meer dan negen maanden een meer permanent karakter heeft en daarom hogere eisen stelt aan de te realiseren verblijfsvoorziening. Daarnaast zullen mensen die slechts tijdelijk verblijven niet of nauwelijks integreren omdat zij vooraf weten dat zij geen duurzame band gaan opbouwen met Nederland. Het langer verblijven van deze ‘shortstay’- groep is vanuit maatschappelijk oogpunt dan ook niet wenselijk. Personen die echter langer willen of zullen verblijven kunnen op de reguliere woningmarkt terecht omdat dit mede de integratie bevordert. Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk komt in hoofdstuk 2 het provinciaal beleid aan de orde. Hoofdstuk 3 handelt over de basisuitgangspunten voor huisvesting van ‘shortstay’-arbeidsmigranten, waarvoor geldt dat deze uitgangspunten te allen tijde gelden voor alle situaties. Hiermee wordt bewerkstelligd dat een bepaalde basiskwaliteit wordt gewaarborgd. In hoofdstuk 4 komen de huisvestingstypen aan de orde. Daarbij gaat het om de verschillende mogelijke verschijningsvormen van huisvesting van ‘shortstay’-arbeidsmigranten en de beleidsmatige afwegingen daaromtrent. In dit hoofdstuk is aangegeven welke vormen toelaatbaar zijn, op welke plekken, onder welke voorwaarden en met welke planologische procedure. Hoofdstuk 5 bestaat uit de verklaring van enkele begrippen die in dit beleidskader worden gebruikt. Dit beleidskader kent twee bijlagen (‘Uniforme huisvestingsnorm’ en ‘Stroomschema initiatieven’), behorende bij de basisuitgangspunten zoals beschreven in hoofdstuk 3.

Rechtspraak bij dit artikel