1.Het recht als bedoeld in artikel 11, onder 1, is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo
dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
2.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt is het recht verschuldigd voor
zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting, als er in dat jaar, na de
aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
3.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing
voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde recht als er in dat jaar, na het
einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
4.Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de
gemeente verhuist.
5.Belastingbedragen van minder dan € 5,- worden niet geheven.
Hoofdstuk III
Artikel 14
Ontstaan van de belastingschuld en de heffing naar tijdsgelang voor de jaarlijks verschuldigde rechten
Onderdeel van Verordening reinigingsheffingen 2012.