**1..** Een beschikking wordt verstrekt door of namens het college:
voor ieder besluit dat leidt tot verstrekking van een niet vrij toegankelijke voorziening, met uitzondering van situaties waarbij het besluit door de rechtbank is genomen en/of in het geval dat jeugdhulp wordt verstrekt op verwijzing door een huisarts, medisch specialist of jeugdarts. In deze gevallen kan worden volstaan met een zorgopdracht aan de jeugdhulpaanbieder;
als een aanvraag om jeugdhulp niet wordt gehonoreerd of wanneer in afwijking van de afspraken in het ondersteuningsplan wordt besloten. In dergelijke gevallen is een zorgvuldige motivatie noodzakelijk;
voor vrij toegankelijke voorzieningen, indien de cliënt daarom verzoekt.
**2..** In de beschikking tot verstrekking van een individuele voorziening wordt in ieder geval aangegeven:
of deze als voorziening in natura of als PGB wordt verstrekt;
welke de te verstrekken voorziening is;
wat het beoogde resultaat daarvan is;
door wie de voorziening wordt geleverd;
welke andere voorzieningen relevant zijn of kunnen zijn en waarmede rekening moet worden gehouden bij de realisatie van de voorzieningen;
wat de ingangsdatum en duur van de verstrekking is;
als de looptijd van de individuele voorziening meer dan 6 maanden bedraagt, dan wordt in de beschikking aangegeven op welke wijze, door wie en in welke mate tussentijdse evaluatiemomenten en voortgangsrapportages nodig zijn;
of er een ouderbijdrage voor de voorziening van toepassing is en hoe hoog deze is;
wie de contactpersoon of casusregisseur is;
hoe bezwaar tegen de beschikking kan worden gemaakt.
**3..** Bij het verstrekken van een individuele voorziening in de vorm van een PGB wordt in de beschikking in ieder geval vastgelegd:
voor welk resultaat het PGB kan worden aangewend;
welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het PGB;
wat de hoogte van het PGB is en hoe hiertoe is gekomen;
wat de duur is van de verstrekking waarvoor het PGB is bedoeld, en
de wijze van verantwoording van de besteding van het PGB.
**4..** Indien de vereiste elementen als bedoeld in lid 2 en 3 (of onderdelen daarvan) worden benoemd in het ondersteuningsplan, familiegroepsplan en/of behandelplan, dan kan in de beschikking (voor die onderdelen) worden volstaan met een verwijzing naar het betreffende plan of de betreffende plannen, mits het betreffende plan is toegevoegd en in de beschikking is opgenomen dat het betreffende plan integraal onderdeel uitmaakt van de beschikking.