Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 9

- Beoordeling en toetsing

Onderdeel van Besluit jeugdhulp gemeente Hulst 2015

1.. De criteria voor het toekennen van een voorziening door of namens het college verschillen per vorm van jeugdhulp. Deze criteria, randvoorwaarden en voorschriften worden verder uit gewerkt in hoofdstuk 6 van dit besluit. 2.. De kwaliteit van de beoordeling en toetsing van een (mogelijke) individuele voorziening is geborgd door de graduele schaal van de professionele deskundigheid die ter advisering wordt ingezet. Dit betekent dat afhankelijk van de risicotaxatie en de aard van de hulpvraag of problematiek, de mate van professionele deskundigheid wordt opgeschaald en/of specifieke expertise wordt ingeschakeld. Dit houdt in dat de verantwoordelijkheid voor de inhoudelijke beoordeling wordt aangepast aan de hulpvraag en de specifieke kenmerken van de jeugdige en/of zijn ouders en aan de omstandigheden. 3.. Basis voor de advisering op de beoordeling vormen de (lokale) teams Jeugd en Gezin. Hierin zitten T-shaped HBO-professionals met verschillende opleidingsachtergronden en kennisgebieden, waaronder in ieder geval maatschappelijk werk/Social Work, pedagogiek, veiligheid en jeugdverpleegkunde. Beslissingen worden genomen op basis van hun professionele afweging, waarbij ze (via collegiale afstemming) gebruiken kunnen maken van elkaars expertise. 4.. Zwaardere hulpvragen worden opgeschaald naar een advisering door het ondersteuningsteam. Dit ondersteuningteam bestaat uit academische geschoolde professionals, waaronder tenminste één of meerdere door het college daartoe aangewezen gedragswetenschappers (psycholoog of orthopedagoog) en een jeugdarts. Deze professionals hebben ieder hun eigen beroepscode, handelingsprotocol en/of professionele wegingskader. 5.. Bij vermoeden van zwaardere problematiek en/of specialistische hulpvragen, schakelt het college indien nodig een (medisch) specialist in. 6.. Als een individuele voorziening noodzakelijk is, verstrekt het college in de regel de goedkoopst adequate voorziening. 7.. Ten behoeve van het beoordelen en vaststellen van een aanvraag om een begeleidingsvoorziening worden het Protocol Gebruikelijke Zorg van het CIZ en het gestelde in de actuele CIZ indicatiewijzer (momenteel versie 7.1) geacht integraal onderdeel uit te maken van dit besluit. Beide dienen als richtlijn c.q. kader en zijn derhalve niet bindend.

Rechtspraak bij dit artikel