Naar hoofdinhoud
Dit artikel geeft voor de basistaken een verankering aan de kwaliteitscriteria 2.1 en de opvolgers daarvan (zie ook de toelichting bij artikel 1, waarin een begripsbepaling voor kwaliteitscriteria is opgenomen). Voor de overige wabo-taken regelt dit artikel dat de het college nadere kwaliteitseisen stelt waarbij zij invulling geeft aan de zorgplicht die zij met betrekking tot de uitvoering van deze taken heeft. Op deze wijze wordt er recht gedaan aan de criteria waaraan zorgvuldig en met grote deskundigheid is gewerkt door de betrokken bevoegde gezagen. Juist voor de (bovenlokale complexe) basistaken is het van belang dat deze criteria relevante input leveren voor de kwaliteit. Het zorgt er tevens voor dat de regionale uitvoeringsdienst Noord-Holland Noord, voor de taken die zij volgens de wet ook verplicht namens de gemeenten uit dient te voeren, met een gelijke kwaliteitsopgave wordt geconfronteerd. Daarnaast zorgt het, bij vaststelling van de kwaliteitscriteria binnen de overige omgevingsdienstregio’s in Noord-Holland Noord, voor een gelijk speelveld voor de uitvoering van de basistaken. Voor de overige wabo-taken (de niet-basistaken) wordt het college verplicht om zelf nadere kwaliteitseisen te stellen. Dit sluit dit aan bij een zuivere rolverdeling tussen gemeenteraad en college. De gemeenteraad gaat over het ‘wat’ (leveren van kwaliteit) en het college het ‘hoe’ (hoe gaan we die kwaliteit dan leveren). Met het oog op de landelijke wens die er is om de kwaliteitscriteria te borgen, de wens vanuit de omgevingsdiensten om met een gelijkluidende kwaliteitsopdracht voor de basistaken geconfronteerd te worden en het in ogenschouw nemen van de complexiteit van de basistaken, worden in dit artikel voor de basistaken de kwaliteitscriteria 2.1, die gaan over de hoe-vraag, toch verordenend opgelegd. Daarbij heeft de regionale uitvoeringsdienst Noord-Holland Noord de ambitie om op korte termijn te voldoen aan de kwaliteitscriteria. Zowel het vastleggen van de kwaliteitscriteria, als de colleges de verplichting opleggen om nadere kwaliteitseisen te stellen, biedt geen garantie dat de doelen die door het college zijn gesteld op grond van artikel 3 ook zonder meer in alle gevallen worden gehaald. Het bereiken van deze doelen zal immers niet alleen afhankelijk zijn van de goede verrichtingen van de uitvoerende organisaties. Van de naleving van de kwaliteitscriteria en de nader gestelde kwaliteitseisen zal daarom jaarlijks mededeling gedaan moeten worden aan de gemeenteraad. Het gaat hier om een belangrijke inhoudelijke mededelingsplicht die kan worden meegenomen in bestaande jaarlijkse rapportages, in de op grond van het Besluit omgevingsrecht op te stellen documenten. Omgekeerd wil het evenmin zeggen dat, als de criteria en nadere kwaliteitseisen (nog) niet in alle relevante taken worden toegepast, dat de kwaliteit per definitie te wensen zal overlaten. In dit geval zal echter wel gemotiveerd moeten worden waarom de criteria of nadere kwaliteitseisen niet toegepast zijn of konden worden en hoe wel voor de gestelde kwaliteit wordt gezorgd. Zowel de kwaliteitscriteria 2.1 als de nadere kwaliteitseisen zijn derhalve een cruciaal richtsnoer waarvoor geldt: pas toe of leg uit, “comply or explain”.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel