1. Sportvoorzieningen worden uitsluitend in de vorm van een persoonsgebonden budget verstrekt.
2. De hoogte van een persoonsgebonden budget voor een sportvoorziening bedraagt maximaal € 2.919,53, welke is bedoeld als tegemoetkoming in aanschaf, onderhoud en reparatie voor een periode van drie jaar.
Hoofdstuk 4
Artikel 16.