Naar hoofdinhoud
1.. Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 2.3.6 van de wet. 2.. Onverminderd artikel 2.3.6, tweede en vijfde lid, van de wet verstrekt het college geen pgb voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de belanghebbende voorafgaand aan de indiening van de aanvraag heeft gemaakt en niet meer is na te gaan of de ingekochte voorziening noodzakelijk was. 3.. De hoogte van een pgb wordt bepaald aan de hand van een tot het maximum van de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate voorziening in natura en is toereikend voor de aanschaf daarvan, en wordt indien nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering. De hoogte van een pgb voor huishoudelijke ondersteuning wordt berekend aan de hand van de tarieven voor zorg in natura. Door middel van een vast afslagpercentage wordt het definitieve pgb-tarief bepaald. 4.. De aanwending van een pgb dient door de cliënt binnen zes maanden na toekenning te worden aangevangen ten behoeve van het resultaat waarvoor het is verstrekt. 5.. Het college bepaalt bij nadere regeling op welke wijze de hoogte van een pgb wordt vastgesteld. 6.. Een cliënt aan wie een pgb wordt verstrekt heeft de mogelijkheid om diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen te betrekken van een persoon die behoort tot het sociaal netwerk. Het college bepaalt bij nadere regeling welke voorwaarden betreffende het tarief hierbij worden gesteld. 7.. Indien een cliënt vóór 1 januari 2018 gebruik maakt van de Pgb-alfa constructie, dan heeft hij/zij daartoe de mogelijkheid onder dezelfde voorwaarden zoals die van toepassing waren vóór 1 januari 2018.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel