1. Het bestuursorgaan past, met inachtneming van hetgeen in deze beleidsregels is bepaald, de Wet Bibob toe met betrekking tot:
a. beschikkingen zoals bedoeld in artikel 3 van de Drank- en Horecawet, met uitzondering van:
• beschikkingen ter zake van een drank- en horecavergunning voor inrichtingen als bedoeld in artikel 4 van de Drank- en Horecawet;
• beschikkingen ter zake van een drank- en horecavergunning waarbij de aanvraag uitsluitend dient voor het toevoegen of verwijderen van een leidinggevende;
• beschikkingen ter zake van een drank- en horecavergunning voor het slijtersbedrijf.
b. beschikkingen zoals bedoeld in artikel 2.28 van de Algemene plaatselijke verordening (exploitatievergunning);
c. beschikkingen zoals bedoeld in artikel 3.4 van de Algemene plaatselijke verordening (seksinrichting/ escortbedrijf);
d. beschikkingen zoals bedoeld in artikel 2:1 lid 1 sub a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, indien het betreft:
• Bouwactiviteiten waarvan de aanneemsom groter is dan € 250.000,- (excl. BTW);
• Alle bouwactiviteiten in het in bijlage 1 aangegeven gebied;
e. beschikkingen zoals bedoeld in artikel 2 van de Verordening Speelautomatenhal Hoorn 2015 (speelautomatenhallen);
f. beschikkingen zoals bedoeld in artikel 2:25 van de Algemene Plaatselijke Verordening (evenementen).
g. vastgoedtransactie: een overeenkomst of andere rechtshandeling met betrekking tot een onroerende zaak met als doel het verwerven of vervreemden van een recht op eigendom of het vestigen, vervreemden of wijzigen van een zakelijk recht.
2. De vergunningen zoals genoemd in lid 1 sub b van dit artikel hebben een looptijd van 5 jaar of een andere door de burgemeester vastgestelde looptijd. Wordt er na deze periode opnieuw een aanvraag om een vergunning gedaan, dan wordt deze aanvraag beschouwd als een nieuwe aanvraag waarop deze beleidsregel onverkort van toepassing is.
3. Het bestuursorgaan houdt zich het recht voor om ter zake van de in lid 1 sub a genoemde uitzonderingsgevallen van een betrokkene te verlangen het Bibob-vragenformulier in te vullen indien de omstandigheden van het concrete geval daartoe aanleiding geven.
4. Het bestuursorgaan houdt zich het recht voor om ter zake van bouwactiviteiten die niet onder het toepassingsbereik van lid 1 sub d vallen van een betrokkene te verlangen het Bibob-vragenformulier in te vullen indien de omstandigheden van het concrete geval daartoe aanleiding geven.