Naar hoofdinhoud
Burgemeester en wethouders subsidiëren een bedrag van € 7,50 per uur voor peuteropvang. Voor de in artikel 7 genoemde doelgroepen gelden de volgende maximale subsidiebedragen: Voor de in artikel 7, lid 1, genoemde doelgroep bedraagt de subsidie per bezette peuterplek 240 uur per jaar minus de jaarlijkse ouderbijdrage. Voor de in artikel 7, lid 2, genoemde doelgroep bedraagt de subsidie per bezette peuterplek 480 uur per jaar minus de jaarlijkse ouderbijdrage. Voor de in artikel 7, lid 3, genoemde doelgroep bedraagt de subsidie per bezette peuterplek Voor 240 uur per jaar. Burgemeester en wethouders stellen een VVE-toeslag beschikbaar aan houders voor doelgroeppeuters. Deze toeslag wordt verstrekt voor peuters die een VVE-peuterplek bezetten voor 480 uur per jaar, ongeacht of de ouders recht hebben op kinderopvangtoeslag. Deze VVE-toeslag bedraagt € 450,- per geplaatste doelgroeppeuter per jaar. Indien de doelgroeppeuter de VVE-plek niet het gehele jaar bezet, wordt de toeslag naar rato verstrekt. Het definitieve subsidiebedrag wordt na afloop van de subsidieperiode, op basis van een volledig ingevuld format eindrapportage, door burgemeester en wethouders vastgesteld. Deze vaststelling vindt plaats op basis van het werkelijke aantal bezette peuterplekken, het uurtarief, het aantal doelgroeppeuters waarvoor (naar rato) de VVE-toeslag is ontvangen en de totaal in rekening gebrachte ouderbijdragen; Als de houder minder bezette peuterplekken (regulier en VVE) heeft gerealiseerd dan het aantal waarop de hoogte van de subsidieverlening was gebaseerd, heeft dit terugvordering tot gevolg.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel