Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 2.3.6 van de wet.
Onverminderd artikel 2.3.6, tweede en vijfde lid, van de wet verstrekt het college geen pgb voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de belanghebbende voorafgaand aan de indiening van de aanvraag heeft gemaakt en niet meer is na te gaan of de ingekochte voorziening noodzakelijk was.
De hoogte van een pgb wordt bepaald aan de hand van en tot het maximum van de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate voorziening in natura en is toereikend voor de aanschaf daarvan, en wordt indien nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering.
De hoogte van een pgb wordt bepaald op basis van de dienstverlening die anders als zorg in natura zou zijn geleverd. Hierin wordt het volgende onderscheid gemaakt:
als de dienstverlening wordt uitgevoerd door een aanbieder betreft het tarief per uur of per resultaat 100% van het laagste tarief per uur of per resultaat van een door de gemeente gecontracteerde aanbieder die een vergelijkbare vorm van dienstverlening biedt;
als de dienstverlening wordt uitgevoerd door een zzp’er betreft het tarief per uur of per resultaat 90% van het laagste tarief per uur of per resultaat van een door de gemeente gecontracteerde aanbieder die een vergelijkbare vorm van dienstverlening biedt;
als de dienstverlening wordt uitgevoerd door een persoon uit het sociaal netwerk betreft het tarief per uur of per resultaat 50% van het laagste tarief per uur of per resultaat van een door de gemeente gecontracteerde aanbieder die een vergelijkbare vorm van dienstverlening biedt.
tussenpersonen of belangenbehartigers mogen niet uit het pgb worden betaald.
Artikel 5.
Regels voor een persoonsgebonden budget (pgb)
Onderdeel van VERORDENING MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING WEST MAAS EN WAAL 2017