Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1.6

Principeverzoeken

Onderdeel van Nota Ruimtelijke Beoordeling 2017

Voorafgaand aan een ruimtelijke ontwikkeling die buiten algemene gemeentelijke beleidsregels vallen (zoals bestemmingsplannen en nota’s als de nota Bijgebouwen), kan bij het college van burgemeester en wethouders een principebesluit worden aangevraagd. Een dergelijk besluit polst het bestuurlijke draagvlak voor een plan. Een aanvraag hiertoe dient daarom te worden gemotiveerd. Voor veel plannen is dit in feite de eerste fase van de gemeentelijke beoordeling. Wanneer bij een positief principebesluit binnen de kaders van dat besluit een aanvraag wordt ingediend, kan sneller een ruimtelijke beoordeling plaatsvinden wat met name sinds de invoering van de Wabo van belang is. Initiatiefnemers met grotere of van beleid afwijkende plannen wordt dan ook aangeraden voor het traject van een principebesluit te kiezen. Dit kan een aanvrager in de eerste fase veel aan legeskosten en kosten van bouwtekeningen schelen. Het principeverzoek heeft binnen de regelgeving van de Wro of de Wabo geen formele status of afhandelingstermijn. Tegen een principeverzoek kan geen bezwaar of beroep worden ingediend. Een principeverzoek kent dan ook geen terinzagelegging volgens de openbare uniforme voorbereidingsprocedure op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het principebesluit wordt door het college genomen en kan ter kennisname naar de raad verzonden worden. Bij grotere ontwikkelingen wordt een Stedenbouwkundig programma van eisen (SPvE) en/of een Stedenbouwkundig Plan (SP) gemaakt dat ter vaststelling aan de gemeenteraad wordt voorgelegd voordat een planologische procedure wordt gestart. De portefeuillehouder beslist aan de hand van een ambtelijk voorstel of er een SPvE of SP moet worden gemaakt dat eerst aan de raad wordt voorgelegd.

Rechtspraak bij dit artikel