**1..** De (gewijzigde) regeling wordt aangegaan voor de thans lopende vijfjaarlijkse periode. Na afloop van deze periode wordt zij geacht telkens met een tijdvak van vijf jaren te zijn verlengd, tenzij een voorstel tot opheffing als bedoeld in artikel 13, lid 4, uiterlijk twaalf maanden voor afloop van de vijfjaarlijkse periode is ingediend.
HOOFDSTUK 8
Artikel 16:
Duur van de regeling
Onderdeel van GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING BIJZONDER ONDERZOEK REGIO ZUID-GELDERLAND