Er bestaat geen recht op een tegemoetkoming indien:
de ouder niet behoort tot de personen als bedoeld in artikel 2 lid 1 van deze beleidsregel;
niet wordt voldaan aan het bepaalde in de artikelen 14 of 15 van deze beleidsregel;
de opvang niet noodzakelijk is;
de opvang wordt verzorgd door een instelling die niet staat ingeschreven in het landelijke register kinderopvang en peuterspeelzalen (LRKP);
de opvang niet zal plaatsvinden of niet adequaat is;
er sprake is van een adequate voorliggende voorziening;
door verstrekking van de tegemoetkoming het subsidieplafond zou worden overschreden.
Tot een adequate voorliggende voorziening wordt in ieder geval gerekend:
een voorziening op grond van de Wet Kinderopvang, waarmee de ouder aanspraak kan maken op kinderopvangtoeslag;
een andere adequate (opvang)voorziening zowel in professionele zin als in niet-professionele zin.
HOOFDSTUK 4.
Artikel 10.
Weigeringsgronden
Onderdeel van Uitvoeringsbesluit Kinderopvang op basis van Sociaal Medische Indicatie (SMI) Maastricht-Heuvelland 2017 e.v.