Het college kan een subsidieontvanger toestaan of verplichten om reserves te vormen.
De subsidieontvanger neemt de reserves op in de begroting en de jaarrekening.
Het college kan grenzen stellen aan de hoogte en de termijn van besteding van de opgebouwde reserves.
Bij overschrijding van de in lid 3 genoemde grenzen vordert het college de niet bestede/benodigde reserves terug.