De burgemeester kan aan de exploitatievergunning onder meer de hieronder genoemde voorschriften of beperkingen verbinden:
de vergunning moet direct op verzoek van politie en/of toezichthouder getoond worden;
de vergunning is persoonlijk en niet overdraagbaar;
de horecaondernemer dient wijzigingen in de exploitatie aan de gemeente door te geven;
gedurende de tijd dat het horecabedrijf geopend is, dient altijd een persoon aanwezig te zijn die in de vergunning als leidinggevende staat vermeld;
het is verboden in de inrichting drugs aanwezig te hebben, te gebruiken of te verkopen;
aanwijzingen die de politie, brandweer of toezichthoudende ambtenaren geven, moeten direct opgevolgd worden;
horecaportiers, toezichthoudend of ander beveiligingspersoneel in dienst van het horecabedrijf, moeten voldoen aan de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus;
het horecabedrijf heeft geen nadelige invloed op de woon- of leefsituatie of de openbare orde en veiligheid in de omgeving;
de vergunninghouder is gehouden om de orde binnen de inrichting te handhaven en in de directe omgeving de inrichting hinder, veroorzaakt door komende of vertrekkende bezoekers, te voorkomen of zo veel mogelijk te beperken.
Aan de vergunning kunnen nadere voorschriften worden verbonden.