Naar hoofdinhoud
Onderstaand rekenvoorbeeld is indicatief en bedoeld om inzicht te geven in het gevolg van besteding van het IKB voor de fiscale uitruil woon-werkverkeer. Hieraan kunnen geen rechten worden ontleend. Voorbeeld Een medewerker werkt op 5 dagen per week en reist iedere dag 50 kilometer naar het werk. Maximale onbelaste jaarlijkse vergoeding woon-werkverkeer = 5/5 * 214 * 50 * € 0,19 = € 2.033, - . Dit is per maand € 2.033, - /12 = €169,42. Op basis van een lokale regeling vergoeding woon-werkverkeer, ontvangt de medewerker netto € 69,42 per maand. Het verschil tussen wat fiscaal onbelast mag worden vergoed en wat daadwerkelijk door de werkgever wordt vergoed, is de zogenoemde fiscale ruimte. Deze ruimte kan worden benut door de het IKB hiervoor in te zetten. De medewerker heeft een fiscale ruimte van € 100, - per maand. De medewerker kiest om hiervoor zijn IKB te gebruiken. Hierdoor is geen belasting verschuldigd over € 100, - bruto. Aan het einde van de rit (op de salarisstrook) wordt € 100, - netto uitbetaald. Het voordeel is afhankelijk van de het belastingtarief. Voor de medewerker geldt een tarief van 40.2%. Het voordeel voor de medewerker is dit geval ongeveer € 40, - netto per maand. Fiscalen gevolgen voor medewerker Het uitruilen heeft geen gevolgen voor het pensioengevend inkomen zolang de uitruil in een jaar niet meer bedraagt dan 30% van het gebruikelijke loon. Door uit te ruilen daalt het fiscale loon. Dit kan leiden tot eventuele toekomstige lagere uitkeringen die onder andere voortvloeien uit de sociale verzekeringswetgeving (o.a. WW-uitkering, WIA-uitkering, ZW-uitkering).

Rechtspraak bij dit artikel