**1..** Aan een aanwezigheidsvergunning worden onder meer de volgende voorschriften verbonden:
dat de beheerder beschikt over een bewijsstuk waaruit blijkt dat hij beschikt over voldoende kennis en inzicht met betrekking tot het gebruik van speelautomaten en de daaraan verbonden risico’s van gokverslaving;
dat het de vergunninghouder verboden is personen beneden de 21 jaar toe te laten;
dat personen ten aanzien waarvan sprake is of kan zijn van overmatig gokgedrag dienen te worden gewezen op de gevaren daarvan en dat ten behoeve daarvan voorlichtingsmateriaal beschikbaar dient te zijn;
dat het verboden is over te gaan tot het uitkeren van geld (middellijke betaling) bij het spelen op een behendigheidsautomaat;
dat alleen speelautomaten mogen worden opgesteld, die in eigendom toebehoren aan (rechts)personen die in het bezit zijn van de in artikel 30h, eerste lid van de wet bedoelde vergunning en die voorzien zijn van een merkteken als bedoeld in artikel 30r van de wet.
**2..** De burgemeester kan nadere voorwaarden stellen.
HOOFDSTUK II
Artikel 10