Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 3.

Artikel 24

Artikel 24

Onderdeel van BELEIDSREGELS STANDPLAATSVERGUNNINGEN GEMEENTE SCHOUWEN-DUIVELAND 2017

Wordt een vergunning verleend, dan worden daaraan in ieder geval de volgende voorschriften verbonden: op welke locatie, dag(en), en tijden de standplaats ingenomen dient te worden; welke producten en goederen verkocht mogen worden; de standplaats moet daadwerkelijk ingenomen worden. Als de standplaats bij herhaling niet wordt ingenomen kan de vergunning worden ingetrokken; de vergunning is persoonsgebonden: verlening van één vergunning op naam; de omgeving van de standplaats moet schoon worden gehouden; de standplaats moet zodanig worden ingenomen dat zo min mogelijk parkeerplaatsen worden ingenomen en het verkeer hiervan geen hinder ondervindt; de gemeente aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade aan personen, zaken of goederen van derden hoe ook genaamd, ontstaan als gevolg van gebruikmaking van de vergunning; indien de verkoopactiviteiten die vanuit of vanaf de standplaats plaatsvinden meldings- of vergunningsplichtig zijn krachtens de Wet milieubeheer, dan dient hieraan eerst te worden voldaan, alvorens van de standplaatsvergunning gebruik mag worden gemaakt; de vergunninghouder dient zelf de standplaats in te nemen. Vervreemding van de vergunning is niet toegestaan; indien bijzondere omstandigheden dit wenselijk of noodzakelijk maken moet de vergunninghouder – in overleg met de gemeente – uitwijken naar een andere standplaats uit de locatielijst; de vergunning moet op de standplaats aanwezig zijn; de vergunning kan worden ingetrokken of gewijzigd indien de omschreven voorschriften niet worden nagekomen; de afmetingen en de exacte locatie van de standplaats; de standplaats moet voldoen aan redelijke eisen van welstand; De standplaatslocatie moet elke dag na gebruik worden ontruimd. Een oliebollenstandplaats in december uitgezonderd.

Rechtspraak bij dit artikel