1 Nadat de beraadslaging is gesloten of indien niemand het woord
verlangt, brengt de voorzitter het voorstel tot besluitvorming.
2 De voorzitter vraagt of stemming wordt verlangd. Indien geen
stemming wordt gevraagd en ook de voorzitter dit niet verlangt,
stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder hoofdelijke
stemming is aangenomen.
3 Zijn over een zaak verschillende voorstellen ingediend, dan brengt
de voorzitter het meest verstrekkende voorstel het eerst in
stemming.
4 In de vergadering aanwezige leden kunnen aantekening in de notulen
vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich
van stemming te hebben onthouden.
5 Indien door een of meer leden stemming wordt gevraagd, doet de
voorzitter daarvan mededeling.
6 De voorzitter (of de griffier) roept de leden bij naam op hun stem
uit te brengen, beginnende bij het lid dat daarvoor overeenkomstig
artikel 16 is aangewezen. Vervolgens geschiedt de oproeping en
stemming naar de volgorde der zitplaatsen van links naar rechts,
bezien vanuit de voorzitter.
7 Bij hoofdelijke stemming is ieder ter vergadering aanwezig lid dat
zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden verplicht
zijn stem uit te brengen.
8 De leden brengen hun stem uit door het woord ‘voor’ of ‘tegen’ uit
te spreken, zonder enige toevoeging.
9 Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan
kan hij deze vergissing nog herstellen, voordat het volgende lid
gestemd heeft. Bemerkt het lid zijn vergissing pas later, dan kan
hij nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft
gemaakt wel aantekening vragen dat hij zich heeft vergist; in de
uitslag van de stemming brengt dit echter geen verandering.
10 De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mede,
met vermelding van het aantal voor en tegen het voorstel
uitgebrachte stemmen. Hij doet daarbij tevens mededeling van het
genomen besluit.
Hoofdstuk 3: › Paragraaf 3
Artikel 28
Stemming over zaken
Onderdeel van Reglement van Orde voor de vergaderingen van de raad van de gemeente Heumen