1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na publicatie.
2. Deze verordening wordt aangehaald als “Wegsleepverordening Heerlen”.
Aldus besloten tijdens de openbare vergadering van de gemeenteraad van de gemeente Heerlen van 27 september 2017.
Toelichting algemeen
Op 6 november 2001 is in het Staatsblad 2001 nr. 510 het besluit tot inwerkingtreding van de wijzigingen van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW) en het Besluit wegslepen van voertuigen afgekondigd en vastgesteld dat de wegsleepregeling met ingang van 1 januari 2002 in werking treedt. Artikel 170 t/m 173 WVW 1994 zijn destijds geheel vervangen door nieuwe bepalingen. Kort samengevat houden de wijzigingen in de wegsleepregeling voor gemeenten het volgende in.
Bevoegdheid tot het wegslepen van voertuigen.
Het uitvoeren van het wegslepen van voertuigen is geen bevoegdheid meer van de burgemeester, maar van het college van burgemeester en wethouders. Het wegslepen is een bijzondere vorm van bestuursdwang. In de Algemene wet bestuursrecht (hierna: AWB) zijn algemene regels gesteld over de toepassing van bestuursdwang. Voor een groot deel zijn deze regels ook van toepassing op het wegslepen van voertuigen. Een aantal bepalingen van de AWB worden in de WVW 1994 niet van toepassing verklaard. Tegen besluiten tot het wegslepen van voertuigen staat op grond van de AWB bezwaar en beroep open.
Uitgebreide werking
Voorheen was wegslepen uitsluitend toegestaan in het belang van de veiligheid op de weg, de vrijheid van het verkeer of het vrijhouden van gehandicaptenparkeerplaatsen. De herziene regeling in de WVW1994 en het daarop gebaseerde Besluit wegslepen van voertuigen breidt het laatstgenoemde criterium uit. Er zijn immers meer locaties denkbaar waar fout parkeren als zeer hinderlijk wordt ervaren zonder dat de veiligheid op de weg of de vrijheid van het verkeer direct in het geding is. Onmiddellijk optreden kan dan zeer wenselijk zijn. Te denken valt aan onbevoegd parkeren op laad en loshavens, taxistandplaatsen, marktterreinen, voetgangersgebieden en dergelijke. Deze wegen en weggedeelten moeten eerst nader worden aangegeven in een gemeentelijke verordening, voor het gebruik van de bevoegdheid.
In zowel de oude als ook de nieuwe regeling geldt dat niet zonder meer kan worden weggesleept. Degene die belast is met de wegsleepregeling, dient per geval na te gaan of in dat specifieke geval het wegslepen van het voertuig absoluut noodzakelijk is. Het wegslepen om 04.00 uur 's nachts van een in strijd met de regels geparkeerd voertuig, zal doorgaans niet of minder urgent worden beschouwd. Hier kan volstaan worden met het uitschrijven van een parkeerbon.
Verhouding Wet-Mulder en bestuursdwang
In geval een voertuig fout geparkeerd staat en wegsleepwaardig is, bestaan er twee manieren om hiertegen op te treden. Allereerst door de politie en justitie door het opmaken van een proces verbaal op grond van de Wet Administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wet-Mulder). Daarnaast door het uitvoeren van bestuursdwang( wegslepen en bewaren van het voertuig) door het college van burgemeester en wethouders.
Voorheen bestond er een onlosmakelijk verband tussen deze vormen van optreden. Er moest altijd eerst een proces-verbaal op grond van de Wet-Mulder worden opgemaakt. Indien het proces-verbaal werd geseponeerd of in geval van vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging door de rechter, dienden ook de kosten van het wegslepen en bewaren van het voertuig te worden terugbetaald. In de nieuwe regeling wordt deze koppeling losgelaten. Het opmaken van een proces-verbaal voor het wegslepen is niet meer vereist, maar kan nog steeds wel daarmee samengaan. Het is wel noodzakelijk om de geconstateerde overtreding zo goed mogelijk vast te leggen wanneer alleen gebruik wordt gemaakt van de bestuursdwangbevoegdheid. Voor eventuele latere bezwaar- en beroepsprocedures op grond van de Awb is het verstandig de geconstateerde parkeerovertreding vast te leggen in een schriftelijk document en bij voorkeur vergezeld te laten gaan van een foto van de feitelijke situatie. Een eventueel sepot, vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging door justitie, respectievelijk de rechter naar aanleiding van een proces-verbaal is niet zonder meer een reden om ook de kosten van de bestuursdwang terug te betalen. Het college van burgemeester en wethouders maakt in een eventuele bezwaarprocedure daarover een zelfstandige afweging.
Verordening.
In artikel 170 WVW 1994 is het kader aangegeven waarbinnen het college van burgemeester en wethouders gebruik kan maken van zijn bevoegdheid tot het wegslepen van voertuigen. Het college kan eerst goed van deze bevoegdheid gebruik maken, nadat de gemeenteraad in een verordening nadere regels heeft gesteld over de toepassing van deze bevoegdheid, zoals artikel 173, tweede lid van de wet voorschrijft. In deze verordening dienen in elk geval regels te worden gesteld over:
- de aanwijzing van de plaats(en) waar de weggesleepte voertuigen worden bewaard;
- de berekening van de kosten die verbonden zijn aan de uitvoering van het wegslepen en bewaren van voertuigen;
-de eventuele aanwijzing van wegen en weggedeelten waar op grond van artikel 170, eerste lid, onder c WVW 1994 voertuigen mogen worden weggesleept.
Aangezien artikel 173, tweede lid van de wet aangeeft dat de nadere regels bij gemeentelijke verordening moeten worden gesteld, kunnen de hiervoor genoemde onderwerpen niet worden gedelegeerd aan het college van burgemeester van wethouders. De uitwerking van de nadere regels van de verordening kan wel door het college van burgemeester en wethouders geschieden (bijvoorbeeld door beleidsregels).
Wegsleepwaardige overtredingen
In vele bestaande wegsleepregelingen van de burgemeester is concreet aangegeven in welke gevallen er sprake kan zijn van een wegsleepwaardige overtreding. Hiervoor is vaak aansluiting gezocht bij de delictsomschrijving uit de WVW 1994 of het RVV 1990.
Uit praktisch oogpunt kan zo'n aanpak wellicht wenselijk zijn. Toch is voor een andere aanpak gekozen. Enerzijds omdat de gemeente zichzelf nodeloos beperkingen kan opleggen wanneer in de verordening zelf concreet wordt aangegeven welke wegsleepwaardige overtredingen worden onderscheiden. Op grond van het nieuwe artikel 170, eerste lid WVW 1994 kunnen immers voertuigen waarmee én een verkeersregel wordt overtreden én waarvan de verwijdering noodzakelijk is in verband met het belang van :
de veiligheid op de weg of:
de vrijheid van het verkeer of
het vrijhouden van aangewezen weggedeelten en wegen zonder meer worden weggesleept. Anderzijds omdat het gevaar bestaat dat de delictsomschrijvingen uit de wegenverkeerswetgeving en de wegsleepverordening niet naadloos op elkaar aansluiten. In dat geval bestaat er kans dat de gemeente in eventuele bezwaar- en beroepsprocedures om formele gronden in het ongelijk wordt gesteld. Daarnaast geldt uiteraard dat zaken niet dubbel moeten worden geregeld. Bovendien zou bij elke wijziging in de desbetreffende onderdelen van de wegenverkeerswetgeving ook de wegsleepregeling moeten worden aangepast. Om die reden is gekozen voor een verordening waarin de delictsomschrijving niet is opgenomen, maar alleen zaken zijn geregeld die gemeenten aanvullend moeten en kunnen regelen. Om toch enig houvast te hebben bij de toepassing van de wegsleepverordening is in een bijlage bij deze toelichting aangegeven in welke concrete gevallen er sprake kan zijn van een wegsleepwaardige overtreding van de wegenverkeerswetgeving.
Tot slot wordt nog gewezen op artikel 170, zesde lid WVW 1994. Hierin wordt bepaald dat een voertuig niet kan worden weggesleept indien de rechthebbende het voertuig verwijdert voordat met het overbrengen wordt begonnen. De wet geeft niet expliciet aan wanneer met de overbrenging wordt begonnen. In de praktijk wordt er van uitgegaan dat pas met de overbrenging wordt begonnen wanneer het voertuig zich in de takels van het wegsleepvoertuig bevindt. Indien de rechthebbende zich eerder bij zijn voertuig meldt, mag het voertuig niet meer worden weggesleept. Wel zal de rechthebbende alle aan de voorbereiding van de overbrenging verbonden kosten moeten vergoeden, waarbij kan worden gedacht aan de voorrijkosten van het sleepvoertuig en de administratieve kosten.
Artikelsgewijze toelichting