Het college kent geen bijdrage op grond van deze verordening toe aan:
de aanvrager van wie, naar het oordeel van het college, kan worden aangenomen dat het bestedingspatroon een beletsel vormt voor een duurzame oplossing van de financiële problematiek;
de aanvrager van wie in een periode van 12 maanden voorafgaande aan de aanvraag de bijstand is verlaagd op grond van artikel 18 van de Participatiewet en/of de Afstemmingsverordering.
De uitzonderingen zoals bepaald in de onderdelen a en b van het eerste lid, zijn niet van toepassing op de in artikel 4 genoemde bijdragen van het kindpakket.