**1..** Van een niet-verwijtbare vordering kan - op verzoek van de belanghebbende - van verdere terugvordering worden afgezien indien hij:
ten minste 2,5 jaar overeenkomstig de vastgestelde betalingsregeling op de vordering heeft afgelost en
een bedrag, overeenkomend met ten minste 50% van de restvordering, in één keer aflost.
**2..** Als niet (volledig) aan de voorwaarden van lid 1 wordt voldaan en dit naar de mening van het college tot een onrechtvaardige uitwerking leidt, kan het college - in afwijking van deze voorwaarden - in het individuele geval toch besluiten van verdere terugvordering af te zien.
**3..** Van een fraudevordering kan - op verzoek van de belanghebbende - van verdere terugvordering worden afgezien indien hij:
tenminste 5 jaar overeenkomstig de vastgestelde betalingsregeling op de vordering heeft afgelost en
een bedrag, overeenkomend met ten minste 50% van de restvordering, in één keer aflost en
niet opnieuw met een fraudevordering is geconfronteerd als gevolg van schending van de inlichtingenverplichting.
**4..** De betaling van lid 1 en 3 moet plaatsvinden binnen 6 weken nadat de gemeente met het verzoek tot afkopen heeft ingestemd. Indien de betaling niet tijdig wordt ontvangen, komt het besluit tot afzien te vervallen.
**5..** Voor wat betreft lid 1 en 3 is artikel 15 lid 6 eveneens van toepassing.
**6..** Belemmeringen bij afkoop:
Het op basis van dit artikel genomen besluit om akkoord te gaan met het verzoek tot afkopen van de vordering wordt ingetrokken, indien op een later tijdstip blijkt dat belanghebbende onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben geleid. Indien de verstreken tijd tussen het tijdstip waarop kennis wordt genomen van de onjuiste dan wel onvolledige gegevensverstrekking en de datum waarop het besluit tot afzien van de vordering kenbaar werd gemaakt 5 jaar of meer bedraagt, wordt afgezien van een besluit tot intrekking.
Een verzoek tot afkopen van een vordering wordt afgewezen indien de vordering wordt gedekt door hypotheek of pand op een goed of goederen, of deze mogelijkheid alsnog blijkt te bestaan.
Vorderingen die voortvloeien uit het Bbz 2004 komen niet in aanmerking voor afkoop.
Als de belanghebbende beschikt over vermogen, dus als het geheel van bezittingen en schulden, inclusief de schulden aan het college, positief is, is er geen aanleiding om akkoord te gaan met het verzoek tot afkopen van een vordering. Van een problematische schuldsituatie is dan geen sprake, de schuld kan zonder bezwaar worden afgelost. Dit geldt voor zowel fraudevorderingen als niet-verwijtbare vorderingen.
De voorwaarden voor het afkopen van een vordering gelden per vordering afzonderlijk.
HOOFDSTUK 4
Artikel 16